Categorieën
Artikelen

Autisme op de werkvloer

Uitval op de werkvloer bij oudere volwassenen met ASS en hun re-integratie

Karin Berman (1963) is loopbaanadviseur/autismecoach. In 2005 studeerde zij af als loopbaanadviseur aan de AMA in Deventer. Begin 2006 werd zij geherdiagnosticeerd met het Syndroom van Asperger. Tijdens haar re-integratietraject kreeg zij begeleiding van een in autisme gespecialiseerd re-integratie- en zorgbureau in Groningen, R95, waar zij van 2007 tot 2018 ook als loopbaanadviseur heeft gewerkt. Tevens coachte zij cliënten met autisme en/of AD(H)D op het gebied van zelfinzicht en het omgaan met de eigen problematiek.

Op 8 november 2018 heeft Karin Berman een workshop gegeven in het kader van het UWV Regiosymposium “Autism, seeing the world from a different angle”. Dit is de tekst van haar lezing, aangevuld met verschillende bijlagen.

Hoe komt het dat mensen met autisme, na jarenlang schijnbaar naar tevredenheid gewerkt te hebben, ineens uitvallen op de werkvloer? Waar moet je op letten en wat kan je doen om iemand duurzaam te laten re-integreren? Dat zijn vragen waar we ons hier mee bezig gaan houden. Hier zijn geen eenvoudige antwoorden op. Er is dan ook een grote hoeveelheid informatie die ik jullie mee wil geven, te veel om in deze lezing te kunnen verwerken. Ik heb er daarom voor gekozen om nu vooral aandacht te besteden aan de problematiek die aan uitval ten grondslag kan liggen. Daarna geef ik handvatten voor re-integratie, voor zover dat mogelijk is. De rest van de informatie die ik wil geven, krijgen jullie schriftelijk. De volledige tekst van deze lezing wordt achteraf op Sharepoint gezet, samen met een aantal bijlagen. In de eerste plaats gaat dit om een checklist van problemen en gedragingen op de werkvloer waaraan je kunt herkennen dat er mogelijk sprake is van autisme. Daarnaast zijn er twee inventarisatielijsten, namelijk om het persoonlijk functioneren van een individu met autisme in kaart te brengen en om de randvoorwaarden in het privéleven in kaart te brengen. Verder is er een lijst met adviezen met betrekking tot de randvoorwaarden op de werkvloer voor een duurzame re-integratie. Tot slot is er een lijst met aandachtspunten voor het gesprek in de spreekkamer. Jullie krijgen dus veel huiswerk mee.

Tijdens deze lezing gebruik ik steeds de mannelijke vorm, maar daar worden ook vrouwen mee bedoeld.

Autisme heeft vele gezichten. Als je een autist kent, ken je één autist, wordt vaak gezegd. Dat klopt. Autisme is heel complex en neemt bij iedereen weer andere vormen aan. Daarom is het niet mogelijk om te praten over dé autist, maar de achterliggende problematiek en mechanismen lijken wel op elkaar. Daar wil ik het graag met jullie over hebben.

Voor mijzelf is de inhoud van deze lezing heel actueel geworden. Een paar weken geleden heb ik de conclusie getrokken dat het niet meer lukt om op mijn werk dusdanig te functioneren dat de stress op een acceptabel niveau blijft, ondanks alle aanpassingen. Dit heeft te maken met de veranderende inhoud van mijn werkzaamheden, met het gegeven dat ik ouder word en daardoor mijn vaardigheden achteruit gaan, en met mijn persoonlijke omstandigheden.

Sommige mensen met autisme kunnen jarenlang in hun werk functioneren. Maar wanneer iemand al zo lang werkt wil dat niet altijd zeggen dat hij al die tijd ook adequaat heeft gefunctioneerd. Vaak is er al langere tijd sprake van verborgen problematiek en onbegrip vanuit de omgeving. Wanneer deze werknemers dan toch uitvallen, hangt dat meestal samen met een burn-out, onvoldoende functioneren of arbeidsconflicten.

Er zijn allerlei soorten problemen die ten grondslag kunnen liggen aan uitval op het werk. Niet iedereen met autisme heeft dezelfde problemen en in dezelfde mate, dat is per persoon verschillend. Ik zal er een aantal uitlichten en wat dieper op de achtergrond ingaan.

Overprikkeling
Overprikkeling en de gevolgen daarvan vormt een van de belangrijkste problemen voor de meeste mensen met autisme. Chronische overprikkeling kan leiden tot uitval.

Overprikkeling hangt samen met de gevoeligheid voor allerlei soorten prikkels en met het onvermogen van het zenuwstelsel om deze adequaat te verwerken. De moeite met prikkelverwerking heeft niet alleen betrekking op zintuiglijke prikkels, maar ook bijvoorbeeld op emoties, gedachten, overzicht, plotselinge veranderingen, informatie die verwerkt en soms ook onthouden moeten worden en taalverwerking.

Bij autisme verloopt de prikkelverwerking niet goed. Vaak worden prikkels te sterk, te zwak of vervormd waargenomen, maar er dringen ook te veel prikkels tot het bewustzijn door. Ook moet iemand met autisme meestal veel moeite doen om op een redelijk niveau te kunnen functioneren. Deze inspanning brengt ook enorm veel prikkels met zich mee. De hersenen kunnen deze stortvloed aan informatie maar een beperkte tijd verwerken. Daarna ontstaat overprikkeling, een soort kortsluiting in de hersenen. Overprikkeling kan in de loop van de dag worden opgebouwd. Maar het kan zich ook heel snel ontwikkelen wanneer de prikkels niet zo gauw kunnen worden verwerkt. Een drilboor of een situatie die emoties oproept kunnen à la seconde tot overprikkeling leiden. Ook zijn er allerlei factoren op de werkvloer waardoor iemand overprikkeld kan raken, zoals een gebrek aan overzicht, plotselinge gebeurtenissen of onderhuidse spanningen bij collega’s.

Wat gebeurt er als iemand overprikkeld is? Het denken verloopt traag en moeizaam. Dit kan aanvoelen als een mist in het hoofd, of een soort stroperigheid. Meestal kan iemand niet meer adequaat reageren op anderen of de woorden vinden voor een reactie. Het kan zijn dat hij niet meer goed hoort of begrijpt wat er tegen hem gezegd wordt, doordat de taalverwerking minder goed functioneert. Ook zien we vaak dat de waarneming vervormd wordt, bijvoorbeeld doordat de waarneming in fragmenten uit elkaar valt. Verder kan iemand een gevoel van verlamming ervaren. Er kan ook hoofdpijn of een gevoel van zware uitputting optreden. Tevens kunnen veel mensen er niet tegen dat ze aangeraakt worden of dat er tegen hen gepraat wordt. De opgebouwde spanning kan zich ontladen in irritatie, verbale agressie of een heftige woedeaanval. Verder kan iemand zich tijdens een aanval van overprikkeling onaangepast gedragen, in huilen uitbarsten of in paniek raken.

Overprikkeling leidt gemakkelijk tot misverstanden en onbegrip, zowel bij de persoon met autisme zelf als bij de omgeving. Het huilen en de woede zijn geen uiting van emoties, maar hebben als functie om de heftige spanning te ontladen. Het gaat om een autonome reactie van het zenuwstelsel. Maar de omgeving kan denken dat iemand zich niet kan beheersen of zich ongepast gedraagt.

Herstel van overprikkeling kan een paar uur tot een aantal dagen duren, terwijl iemand al die tijd soms nauwelijks kan functioneren. De meeste mensen met autisme hebben vrijwel dagelijks last van overprikkeling. Velen van hen zijn chronisch moe, wat hier vaak mee samenhangt. Uit grootschalig onderzoek van het Nederlandse Autisme Register blijkt dat bijna 40% van de mensen met autisme last heeft van vermoeidheidsklachten en/of slaapproblemen. Chronische overprikkeling resulteert dikwijls in een burn-out.


Onderprikkeling

Onderprikkeling is een minder bekend probleem, maar het kan eveneens leiden tot disfunctioneren.
Bij onderprikkeling komen er juist te weinig prikkels het bewustzijn van de persoon binnen. Dit kan komen doordat prikkels minder goed waargenomen worden door ondergevoeligheid van bepaalde zintuigen. Het kan ook zijn dat het werk te weinig prikkels biedt om aan de prikkelbehoefte van de persoon te voldoen. Dat zie je soms wanneer mensen met autisme beneden hun niveau werken en het werk onvoldoende uitdaging biedt. De omgeving wordt dan als saai ervaren. Als iemand onderprikkeld is, kan hij last hebben van een lamlendig gevoel, waarbij een gevoel van intense verveling kan optreden. Tevens kan iemand chagrijnig, apathisch en lusteloos zijn. Ook depressieve gevoelens kunnen samenhangen met onderprikkeling, evenals gevoelens van angst. Verder kan iemand doodmoe zijn en zich letterlijk verlamd voelen. Het lukt dan niet om in beweging te komen. Wanneer de omgeving niet genoeg prikkels biedt lopen mensen het risico op chronische onderprikkeling in de vorm van een bore-out, en daarmee op uitval. In de praktijk lijken de verschijnselen erg op een burn-out. Om die reden krijgen mensen waarbij een bore-out niet herkend wordt vaak het advies om rustig aan te doen en vooral geen prikkels op te zoeken. Maar dit helpt helemaal niet, het werkt juist averechts op de klachten.

Zintuiglijke problemen

Zintuiglijke overgevoeligheid kan een grote impact hebben op het functioneren van de persoon met autisme en ook een oorzaak zijn van uitval. Ondergevoeligheid van zintuigen kan ook problematisch zijn, maar dit heeft meestal minder ingrijpende gevolgen voor het functioneren op de werkvloer, behalve wanneer iemand allerlei prikkels nodig heeft vanwege onderprikkeling. Omdat er geen tijd is om overal op in te gaan, gaat het nu alleen over zintuiglijke overgevoeligheid die invloed kan hebben op de werkvloer.

 Mensen die overgevoelig zijn voor visuele prikkels kunnen last hebben licht, kleuren en patronen en beweging. Dit gaat bijvoorbeeld om collega’s die op de achtergrond heen en weer lopen of aan hun bureau zitten te werken. Een van onze cliënten kreeg een functie in het archief van het Universitair Medisch Centrum Groningen, op zich een prikkelarme werkomgeving. Maar hij moest voortdurend door het hele gebouw heen en weer lopen. Binnen een maand viel hij uit vanwege de vele visuele prikkels.

 Wanneer iemand overgevoelig is voor geluid wordt hij voortdurend afgeleid door geluiden om hem heen. Ook kan hij veel geluiden niet verdragen, hij raakt er heel snel overprikkeld van. Hij hoort soms geluiden die andere mensen niet kunnen horen. Meerdere mensen in de ruimte die tegelijkertijd praten, collega’s die telefoneren of met elkaar praten, of het tikken van een klok kunnen vaak moeilijk worden verdragen. Een van mijn cliënten werkte in een callcenter. Zij had veel last van haar collega’s en vroeg haar werkgever om een tweezijdige headset, maar die waren allemaal al in gebruik, werd er gezegd. Ze functioneerde steeds minder goed. Niemand wist hoe dat kwam, ook zijzelf niet. Uiteindelijk is ze uitgevallen.

 Wanneer iemands reukorgaan overgevoelig is, kan hij slecht tegen allerlei geuren zoals parfum of toiletreiniger. Een collega die parfum draagt kan dan tot problemen leiden.

 Wanneer iemands tastzin overgevoelig is, kan hij het meestal niet verdragen om aangeraakt te worden. Ook de waarneming van warmte en kou valt onder tastzin. Als het in de zomer heel warm is, raken sommige van onze autistische cliënten zwaar overprikkeld en weten ze van wanhoop niet waar ze het zoeken moeten.

 Met de proprioceptie neem je waar in welke positie je lichaam zich bevindt en welke bewegingen je maakt. Wanneer de proprioceptie overgevoelig is, zit iemand het liefst zo stil mogelijk om geen bewegingsprikkels te voelen. Als ik bijvoorbeeld een eind ga fietsen kan ik daar overprikkeld door raken.

 Als het evenwichtszintuig overgevoelig is, kunnen sommige bewegingen tot duizeligheid, misselijkheid en overprikkeling leiden.

Naast zintuiglijke over- of ondergevoeligheid kan er ook sprake zijn van een gefragmenteerde waarneming of een vertekening van de waarneming. Binnen het tijdsbestek van deze lezing is er geen ruimte om hier verder op in te gaan.

De werking van de zintuigen kan in de loop van de jaren veranderen. Dit kan consequenties hebben voor het uitoefenen van het beroep. Als iemand altijd fysiek werk heeft gedaan maar later in zijn leven bijvoorbeeld meer last krijgt van een overgevoelig evenwichtszintuig, is het mogelijk dat hij daardoor uitvalt. Verder wordt met het stijgen van de leeftijd de prikkelverwerking trager, waardoor alles langzamer gaat. Tevens raken mensen met autisme naarmate ze ouder worden sneller overprikkeld.

Taalverwerkingsproblemen

Het letterlijk nemen van taal kan tot een verkeerd begrip van instructies of vragen leiden. Soms neem ik dingen letterlijk maar heb ik dat zelf niet in de gaten, evenmin als mijn gesprekspartner. Het is me een keer overkomen dat mijn echtgenoot mij tijdens de afwas een koekenpan met etensresten in de handen duwde met de woorden: “Wil jij dit even weggooien?” Dus ik deponeerde de etensresten keurig in de groene container en de pan in de grijze container. ’s Avonds vroeg hij mij of ik de koekenpan ook ergens had gezien. Gelukkig konden we er samen om lachen, maar in de tijd dat we nog niet wisten dat ik autisme had was hij waarschijnlijk boos op mij geworden.

Verder kan de context een rol spelen bij de interpretatie van wat er gezegd wordt. Mensen met autisme hebben soms de context niet in de gaten, waardoor woorden een andere betekenis kunnen krijgen. Of ze verbinden het met hun eigen gedachten, waardoor ze er een geheel eigen betekenis aan gaan geven. Tijdens mijn opleiding Personeel en Arbeid, een aantal jaar geleden, had ik in mijn stageverslag allerlei verbeterpunten opgeschreven voor de organisatie waar ik stage liep. Dat bleek helemaal niet de bedoeling te zijn, en het werd me nogal kwalijk genomen. Maar in de reader stond: “Geef een advies over welke punten verbeterd kunnen worden”. Ik had niet begrepen dat dit om een advies aan jezelf ging. De context van de opdracht was mij volkomen ontgaan.

Wanneer er sprake is van een vertraging in de informatieverwerking duurt het langer voordat de betekenis van wat er gezegd wordt tot de persoon met autisme is doorgedrongen. Dit kan een paar seconden duren, maar ook uren of zelfs dagen. Daar hoeft de gesprekspartner niets van te merken; veel mensen met autisme hebben zichzelf erin getraind om sociaal wenselijke antwoorden te geven. Als ik een gesprek niet helemaal kan volgen dan zeg ik meestal “ja” en “mmm” en ik knik. Maar dat betekent niet dat ik goed heb begrepen wat er tegen mij is gezegd. Wanneer mijn gedachten ook vertraagd zijn, kan ik niet direct over antwoorden nadenken en zeg ik zo maar wat, terwijl het voor de gesprekspartner kan lijken alsof er een goed en helder gesprek wordt gevoerd. Door dit soort problemen met informatieverwerking kan iemand met autisme zich heel dom voelen maar ook zo op anderen overkomen, zelfs wanneer hij heel intelligent is.


Sociale problemen

Sommige mensen met autisme zonderen zich af op de werkvloer of hebben geen of zeer gebrekkige interacties met collega’s. Verder kunnen ze moeite hebben om sociale situaties te “lezen”, vinden ze het vaak vervelend om over koetjes en kalfjes te praten en houden ze zich soms niet aan de geldende sociale regels. Hierdoor kunnen ze collega’s tegen zich in het harnas jagen en als gevolg daarvan te maken krijgen met onbegrip, boosheid, conflictsituaties of pestgedrag.

Veel mensen met autisme kunnen niet uit de voeten met non-verbale communicatie. Zelf kan ik het niet goed waarnemen, terwijl sommige anderen het wel zien, maar niet weten hoe ze het moeten interpreteren of hoe ze erop moeten reageren. Dit betekent dat je een belangrijk deel van de communicatie niet meekrijgt. Ook kan het betekenen dat je nauwelijks controle hebt over je eigen non-verbale communicatie. Hierdoor kan je behoorlijk in de problemen komen, want mensen nemen het je kwalijk als je dingen bijvoorbeeld op een arrogante toon zegt of een bemoeizuchtige houding aanneemt. Zelf probeer ik dat op te vangen door dingen zo vriendelijk mogelijk te formuleren, maar dat is niet altijd genoeg. Ik heb al heel wat mensen hierdoor van me afgestoten.

Ook is het voor mensen met autisme vaak moeilijk om emoties goed waar te nemen, te herkennen en te begrijpen, zowel bij zichzelf als bij anderen. Hierdoor komen ze in een sociaal mijnenveld terecht.

Verder weten veel mensen met autisme niet waar ze met anderen over moeten praten, hoe ze op anderen moeten reageren en hoe ze zich moeten gedragen, want dat gaat lang niet altijd automatisch. Sommige autistische mensen, vooral vrouwen, kijken bij anderen af hoe die het doen en kopiëren dat. Zij hebben meestal allerlei scripts in hun hoofd waar ze op terug kunnen vallen. Maar als de situatie ineens afwijkt van het script, bijvoorbeeld wanneer de gesprekspartner op een onverwachte manier reageert, raakt de persoon met autisme ontregeld.

Tevens spelen prikkelverwerkingsproblemen een belangrijke rol bij sociaal gedrag. Als iemand het bijvoorbeeld niet kan verdragen om meerdere mensen door elkaar heen te horen praten, is het totaal niet ontspannend om de pauze in de kantine door te brengen. De meeste mensen met autisme doen er onbewust alles aan om niet overprikkeld te raken. Het ontlopen van andere mensen kan daarbij horen. Ook hebben autistische mensen het nodig om veel tijd alleen door te brengen om te “ontprikkelen”, waardoor ze daarna weer wat meer prikkels aankunnen. Anders houden ze de dag niet vol.

Innerlijke verlamming

Veel mensen met autisme kunnen zich innerlijk enorm verlamd voelen als ze aan hun werkzaamheden willen beginnen. Het kan dan heel lang duren voordat het daadwerkelijk lukt om op gang te komen, waardoor iemand soms uren zit te niksen, terwijl dat veel energie kost. Bovendien brengt het veel boosheid op zichzelf, frustratie en schuldgevoelens met zich mee. Op het werk hoeft dit helemaal niet op te vallen. Als iemand bijvoorbeeld achter de computer zit kan het op het eerste gezicht lijken alsof hij ergens mee bezig is. Een dergelijk gevoel van verlamming kan zo maar vanuit het niets optreden, maar ook het gevolg ergens van zijn. Zelf heb ik hier bijvoorbeeld last van als ik niet heel exact tot in detail weet hoe ik iets aan moet pakken. Ook als er onverwachts iets gebeurt, zoals een cliënt die niet komt opdagen, kan ik in een verlamming terecht komen. Ik zit dan in mijn maag met een stuk “lege tijd” waarbij het mij niet lukt om om te schakelen. Een uur later, wanneer de tijd van de afspraak voorbij is, kan ik weer in beweging komen en mijn werkdag voortzetten.

Vaak gaat iemand structureel overwerken om de niet-gewerkte uren te compenseren, met als gevolg dat hij in een burn-out terecht kan komen. Overigens kunnen er ook andere redenen zijn waarom iemand met autisme overwerkt. Sommige mensen met autisme hebben een laag werktempo vanwege een vertraagde informatieverwerking of door een grote mate van perfectionisme, hetgeen ze dikwijls door overwerk proberen te compenseren. Het komt ook regelmatig voor dat het iemand niet lukt om te stoppen voordat de taak helemaal is afgerond. Een van onze cliënten werd halverwege de jaren 90 als systeembeheerder bij een onderwijsinstelling aangenomen. Hij had het talent om razendsnel te kunnen denken en werken, en hij dacht in programmeertaal. Hij kreeg de opdracht om een nieuw softwaresysteem te installeren, een enorme klus, maar er werd niet bij verteld wanneer de taak precies af moest zijn. De volgende dag werd de directeur om half 5 ’s morgens door de alarminstallatie gewekt. Het bleek niet om inbrekers te gaan, maar om deze werknemer. Die had niet alleen de hele dag, maar ook nog ’s avonds en ’s nachts onafgebroken doorgewerkt, net zo lang tot het werk af was. Daarna was hij volledig uitgeput.

Moeite met plannen, tijdsbesef en overzicht

Mensen met autisme hebben vaak moeite met het plannen van hun werk. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand moeite heeft om tijd in te schatten en er daardoor geen zicht op heeft hoe lang een taak duurt. Een andere mogelijkheid is dat er geen duidelijke taakomschrijving is waardoor hij ook niet weet wat hij precies moet doen en hoeveel tijd dat gaat kosten. Of dat hij überhaupt geen overzicht heeft.

Het komt ook vaak voor dat iemand met autisme zich niet aan de planning houdt. Dit kan te maken met een verkeerde planning, maar ook met perfectionisme of een traag werktempo, waardoor alle taken extra veel tijd vragen. Het kan ook komen doordat iemand zich verlamd voelt, bijvoorbeeld doordat hij niet exact weet wat hij moet doen en hoe hij het aan moet pakken. Hierdoor lukt het niet om aan de taak te beginnen. Tevens zijn het geheugen en de aandachtsverdeling vaak slecht bij autisme, waardoor mensen soms vergeten om op het planbord of in de agenda te kijken omdat ze hun hoofd bij andere zaken hebben. Verder kan iemand een volle agenda hebben en daardoor het overzicht verliezen. Een ander probleem is dat de belastbaarheid van iemand met autisme per dag kan verschillen, waardoor het niet altijd lukt om zich aan de planning te houden. Bovendien kan door allerlei oorzaken overprikkeling optreden, waardoor het werken niet meer gaat. En wanneer mensen er geen rekening mee houden dat ze ontprikkeltijd nodig hebben, kan het zijn dat een planning qua tijd wel in de agenda past maar dat iemand in de loop van de dag te overprikkeld raakt om nog goed te kunnen functioneren.

Ook overzicht houden is voor veel mensen met autisme een groot probleem. Het kan lastig zijn om onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken, waardoor alles even belangrijk lijkt. Het kan ook zijn dat het voor iemand niet mogelijk is om meerdere informatiestromen gelijktijdig te verwerken, waardoor hij zich maar op één ding tegelijk kan richten. Dan raakt hij direct overprikkeld als hij meerdere zaken tegelijkertijd moet overzien of bedenken. Verder wordt een gebrek aan overzicht vaak veroorzaakt door overprikkeling. Daar kunnen allerlei oorzaken aan ten grondslag liggen.

Het gevolg van al dit soort problemen is dat taken niet of niet op tijd afkomen en collega’s soms denken dat iemand er maar met de pet naar gooit. In zo’n geval wordt de persoon met autisme er vaak op afgerekend.

Problemen met het aanleren en toepassen van vaardigheden

Het kan heel lastig zijn voor mensen met autisme om nieuwe vaardigheden aan te leren. Als het één keer wordt voorgedaan, blijft het vaak niet hangen. Zelfs wanneer ik vijf keer achter elkaar dezelfde oefening bij Tai Chi heb gedaan, weet ik de zesde keer nog steeds niet wat ik moet doen. De context waarin een vaardigheid wordt aangeleerd speelt ook een belangrijke rol. Vaak herkennen mensen met autisme niet dat ze dezelfde vaardigheid moeten toepassen als het om een iets andere situatie gaat of als de omgeving anders is, hoewel de nieuwe situatie veel op de oude kan lijken. In de beleving van de persoon met autisme gaat het dan om een volkomen nieuwe situatie, waardoor ze zich onthand voelen. Als jij bij wijze van spreken vandaag een blauwe jurk aanhebt en ik kom je morgen tegen in een rode jurk, dan heb ik misschien niet in de gaten dat het om dezelfde persoon gaat. Het kan ook gebeuren dat wanneer iemand een vaardigheid aanleert, een andere, oudere vaardigheid verdwijnt. Ook door het ouder worden kunnen allerlei vaardigheden afnemen, zoals het geheugen. Dat gebeurt ook wel bij mensen die geen autisme hebben, maar bij autisme werkt het dubbelop. Bovendien is het voor mensen met autisme vaak moeilijk om vaardigheden te automatiseren, waardoor het ook na lange tijd nog steeds veel energie en moeite kan kosten om ze toe te passen. Dit kan ook om vaardigheden gaan die mensen zonder autisme geen of vrijwel geen moeite kosten.

Moeite met veranderingen op het werk

Mensen met autisme ervaren de wereld vaak als erg onoverzichtelijk en onveilig. Vaste routines en dingen die niet veranderen geven dan houvast. Door grote of kleine veranderingen kan de persoon met autisme net zo gedesoriënteerd raken als een blinde zonder hulphond in een omgeving die hij niet kent. Dit vormt dan ook vaak de uiteindelijke aanleiding voor de uitval, maar het is lang niet altijd de enige oorzaak.

Hierbij kan het om allerlei veranderingen op het werk gaan, zoals een reorganisatie of de ombouw van een werkplek tot een prikkelrijke kantoortuin. Ook een nieuw afdelingshoofd die een andere stijl van leidinggeven heeft en mogelijk minder begrip heeft voor de eigenaardigheden van de werknemer, kan een probleem vormen. Verder kan je bijvoorbeeld denken aan andere regels met betrekking tot werkprocessen, een andere taakinhoud, promotie, demotie en vertrouwde collega’s die weggaan. Soms gaat het slechts om minieme veranderingen in de ogen van anderen, maar voor de persoon met autisme staat de wereld dan op zijn kop en kan hij niet meer functioneren. Een aantal jaar geleden zijn we met het hele bedrijf verhuisd. Ik heb er een week lang last van gehad dat alles voor mijn ogen dwarrelde en ik niet goed meer kon waarnemen, waardoor ik ook niet in staat was om te werken.

Omstandigheden in het privéleven

Ook in het persoonlijk leven van de werknemer met autisme kunnen allerlei veranderingen optreden met een grote impact op het functioneren.

Hierbij kan je denken aan life-events, zoals een huwelijk, kinderen of kleinkinderen krijgen, verhuizen, het overlijden van een dierbare of scheiden. Maar het zijn niet alleen de belangrijke gebeurtenissen die ontregelend kunnen werken. Als er bijvoorbeeld plotseling iemand voor de deur staat, of als mijn deurbel door de woningstichting vervangen word en ik het geluid van de nieuwe bel niet kan verdragen, of wanneer ik een brief van instanties krijg, zoals het UWV, kan ik volledig in paniek raken. Als ik er dan niet direct met mijn coach over kan praten blijf ik overprikkeld en ben ik niet meer in staat om te functioneren.

Veranderingen in de persoonlijke situatie kunnen heel ingrijpend zijn. Voor mensen met autisme vormen de partner of de ouders dikwijls de basis waardoor ze zich staande kunnen houden en ook op het werk kunnen functioneren. Mijn eigen echtgenoot was altijd zowel in praktische als emotionele zin mijn steun en toeverlaat. Hij deed het grootste deel van het huishouden, hij dacht met mij mee, structureerde mijn leven en probeerde lastige situaties vóór te zijn door met goede adviezen te komen. Ook gaf hij mij inzicht in situaties die ik niet helemaal begreep en ving hij mij op als ik het moeilijk had. In die tijd hoefde ik me feitelijk alleen maar op mijn werk te concentreren, mijn man zorgde voor de rest. Toen hij deze rol door een aantal beroertes niet meer kon vervullen en ik juist voor hem moest zorgen, was dat heel verdrietig. Maar daarnaast vormde het voor mij een groot probleem, want ik had geen mantelzorger meer. Op het moment dat door een scheiding, ziekte of overlijden van de partner die basis er niet meer is, kan het leven van de persoon met autisme volledig ontregeld raken. Bij sommige mensen komt autisme pas aan het licht wanneer de partner is weggevallen; doordat ze dan hun basis en hun structuur kwijt zijn, lukt het hen ineens niet meer om zich staande te houden en vallen ze ook op het werk uit.

Uiterlijke schijn en camouflagegedrag

Veel mensen met autisme camoufleren de problemen waar ze tegenaan lopen of zetten een masker op, waardoor ze overschat worden in hun mogelijkheden. Dit legt een hele grote druk op de persoon en kost veel energie, wat kan leiden tot overprikkeling en uiteindelijk tot uitval. Mensen met autisme proberen vanwege schaamte en angst voor afwijzing of ontslag altijd hun eigen onvermogen en kwetsbaarheid voor anderen te verbergen. Dat is niet omdat ze hun autisme proberen te camoufleren, maar vanuit een gevoel dat ze continue falen, dat ze dom zijn en kennelijk niet genoeg hun best doen. Dit komt voort uit de gedachte: “Andere mensen kunnen het, dus dan moet ik het toch ook kunnen.” Zonder te weten dat de rest van de wereld anders is dan zijzelf.

De gevolgen van ouder worden

Het kost mensen met autisme vaak handenvol energie om op een acceptabel niveau te blijven functioneren doordat het niet vanzelf gaat. In de ogen van anderen kan het eruit zien alsof iemand zich maar voor 70% inzet, maar in werkelijkheid zet die persoon zich misschien wel 120% in om op dat niveau te kunnen presteren. Soms is de persoon met autisme zo gewend om zichzelf te pushen dat het vrijwel automatisch gebeurt. Het wordt dan niet bewust (meer) zo ervaren. Wanneer een werknemer wat ouder wordt krijgt hij steeds meer verantwoordelijkheden en worden er steeds hogere eisen aan hem gesteld. Soms komen daar ook nog leidinggevende taken bij. Maar vaak kunnen mensen met autisme deze oplopende verwachtingen niet waarmaken doordat ze te veel op hun tenen moeten gaan lopen. Bovendien nemen door het ouder worden de vaardigheden af om zichzelf staande te houden en de problemen te camoufleren. Hierdoor gaat het steeds meer energie kosten om te blijven functioneren en lukt het vaak ook niet meer om de uiterlijke schijn op te houden. De persoon met autisme kan dan last krijgen van huilbuien of woede-uitbarstingen door overprikkeling, of zich veel autistischer gaan gedragen. Ook kan er een burn-out optreden. Op dat moment wordt de kans op uitval wel heel groot.

Yvonne van Berendonk schrijft in haar blog: “Eenmaal het masker afgezet komt alle tegenstrijdigheid naar buiten met negatieve en vaak verstrekkende gevolgen. Na een ‘maskerloos’ incident zei een werkgever tegen me: “Toen ik je aannam was je een heel ander persoon”. Zijn stem was gekleurd met teleurstelling en verwijt. Nee, ik was dezelfde persoon, maar toen droeg ik mijn masker. Ik paste me aan naar de persoon die jij wilde zien voor deze baan, anders had je me geen dienstverband aangeboden.”

Sommigen proberen dit soort problemen op te vangen door te gaan jobhoppen op het moment dat de verwachtingen met betrekking tot hun prestaties te hoog worden. Anderen gaan jobhoppen op het moment dat het niet meer lukt om de eigen beperkingen op de werkvloer te camoufleren, soms al vrij korte tijd nadat ze ergens zijn aangenomen. Dan kunnen ze ergens anders opnieuw beginnen. Een mooi CV met diverse banen hoeft er dus niet altijd op te wijzen dat iemand daadwerkelijk goed gefunctioneerd heeft op de werkvloer. Een van mijn cliënten was vroeger een hele mooie vrouw en daar maakte ze ook gebruik van. Hierdoor werden veel fouten die ze op allerlei werkplekken maakte met de mantel der liefde bedekt, en bovendien bleef ze nooit ergens lang genoeg om “door de mand” te kunnen vallen. Maar toen ze een rijpere vrouw werd kon ze deze tactiek niet meer gebruiken en viel ze uit.

Voorwaarden voor een duurzame re-integratie

Wat kan ondersteunend zijn bij het aan het werk krijgen en houden van mensen met autisme? In de eerste plaats dient er aan de hand van een grondige probleeminventarisatie worden bepaald of een poging om iemand aan het werk te helpen en vooral te houden, een reële kans van slagen heeft. Het is belangrijk om inzicht te krijgen in wat er precies mis is gegaan op de werkvloer, welke problemen daaraan ten grondslag hebben gelegen en hoe de autismeproblematiek bij iemand eruit ziet. Hiervoor is een inventarisatielijst in de bijlage opgenomen. Het is de vraag of iemand die jarenlang op zijn tenen heeft moeten lopen om zich binnen het werk te kunnen handhaven, nog in staat zal zijn om te werken zonder zichzelf opnieuw te forceren . In sommige gevallen lukt het wel, met de juiste ondersteuning en aanpassingen, maar in andere gevallen niet.

Noodzaak van een life-coach

Bij mensen met autisme zijn de privésituatie en de werksituatie communicerende vaten. Om die reden is het belangrijk dat een life-coach eerst thuis de randvoorwaarden op orde brengt, want meestal zijn die niet optimaal. Dit gaat om zaken als zelfverzorging, het huishouden, plannen, overzicht houden, problemen oplossen, de financiën, de relatie, vriendschappen, de omgang met andere mensen en wonen. Wanneer iemand bijvoorbeeld schulden heeft of veel spanningen in zijn relatie vanwege het autisme, dan wordt het erg moeilijk om nog op het werk te kunnen functioneren. Ook is het heel belangrijk dat iemand inzicht in de eigen beperkingen krijgt. Als hij zichzelf beter begrijpt en weet wat hij bijvoorbeeld tegen overprikkeling kan doen, dan kan hij zijn eigen problemen beter hanteren en krijgt hij meer sturing over zijn leven, ook op de werkvloer. Daarnaast kan een life-coach ondersteuning bieden bij alle zaken waar de persoon met autisme moeite mee heeft, zoals het onderhouden van contacten met instanties, het herkennen van en omgaan met emoties, het begrijpen van allerlei situaties, het maken van een planning, overzicht krijgen en het bedenken van oplossingen voor problemen. Ook wanneer iemand overstuur raakt van een bepaalde situatie en niet weet wat hij moet doen, kan hij een beroep op zijn life-coach doen. Voortdurende coaching bij de privésituatie blijft in feite een noodzaak, zodat die met de werksituatie in evenwicht blijft en iemand niet alsnog uitvalt wanneer zich in de privésituatie problemen voordoen. Een life-coach kan overigens vanuit de WMO worden betaald.

Noodzaak van gespecialiseerde begeleiding naar passend werk

Wanneer de randvoorwaarden op orde zijn gebracht, kan het re-integratietraject worden opgestart. Het is van fundamenteel belang dat het re-integratiebedrijf een ruime specialistische kennis en ervaring heeft op het gebied van autisme. De weg naar werk vraagt geregeld meer tijd dan gebruikelijk, omdat het zelfvertrouwen van de persoon met autisme vaak zo laag is en de problemen zo groot, diffuus en complex zijn.

De eerste stap is om een gespecialiseerd loopbaanonderzoek te doen. Hierbij worden de belangstelling, kwaliteiten en vaardigheden van de persoon met autisme in kaart gebracht, evenals de motivatie, de wensen en de behoeften op de werkvloer. Daarbij worden ook de aanwezige beperkingen meegenomen. Op weg naar werk is een stage soms een tussenstap, waardoor iemand zelfvertrouwen kan opbouwen door positieve ervaringen op te doen. Op die manier is de druk nog niet zo groot als wanneer iemand betaald werk heeft. Zelf heb ik ook geruime tijd bij R95 stage gelopen voordat ik mijn contract ondertekende. Tijdens het re-integratietraject moet ook onderzocht worden wat iemand wel en niet aankan en welke aanpassingen er nodig zijn op de werkvloer.

Het is essentieel om een baan te zoeken die goed past bij de belangstelling, kwaliteiten en vaardigheden van de desbetreffende persoon. Dit lijkt een open deur, maar vaak wordt het al voldoende gevonden dat iemand aan het werk is en het werk niet al te vervelend vindt. Om het werk echter vol te kunnen houden, is het juist voor mensen met autisme noodzakelijk dat ze hun kwaliteiten in kunnen zetten en zich met het werk kunnen verbinden. Anders raken ze gemakkelijk overprikkeld of onderprikkeld en vallen ze opnieuw uit.

Noodzaak van een jobcoach

Het is essentieel dat een in autisme gespecialiseerde jobcoach een goed contact onderhoudt met de werkgever en de direct leidinggevende. Met de werkgever dienen de verwachtingen over en weer duidelijk te worden afgestemd. Het werkt goed wanneer iemand op de werkvloer als aanspreekpunt fungeert, zowel voor de persoon met autisme als voor de collega’s. De jobcoach moet niet alleen werkgerelateerde dingen aanpakken, maar ook de randvoorwaarden in de privésfeer aansturen. Sommige mensen willen bijvoorbeeld graag zo lang mogelijk werken, omdat dit hen structuur biedt. Het is de taak van de jobcoach om in de gaten te houden dat de privésituatie niet onder het werk te lijden heeft of andersom. Ook moet de jobcoach heel goed opletten dat de persoon met autisme niet te veel verantwoordelijkheden naar zich toe trekt of in details verzandt.

Er kunnen gemakkelijk misverstanden of spanningen op de werkvloer ontstaan doordat de persoon met autisme zich niet gedraagt zoals zijn collega’s van hem verwachten. Of doordat de persoon met autisme zich druk maakt over iets wat in de ogen van anderen klein en onbenullig is. Sommige autistische mensen kunnen zich heel druk maken over de manier waarop de bedrijfsprocessen zijn ingericht of over situaties die zij als onrechtvaardig ervaren. Het is belangrijk dat dit soort spanningen worden opgespoord en besproken, zodat ze kunnen worden geneutraliseerd.

Verder kan de jobcoach de werknemer bijvoorbeeld helpen om overzicht te blijven houden, om een planning te maken en om met veranderingen en onverwachte situaties om te gaan. Het is van wezenlijk belang dat de jobcoach voortdurend een vinger aan de pols houdt en steeds in een vroegtijdig stadium bijstuurt. Dan kunnen bijvoorbeeld veranderingen in het takenpakket, planningsproblemen of misverstanden op de werkvloer tijdig worden opgevangen. Dit zijn geen zaken die je van een werkgever kunt verwachten, die niet gespecialiseerd is in dit soort problematiek. Meestal zal iemand met autisme dan ook een werkend leven lang een jobcoach nodig houden om goed te blijven functioneren.

Een valkuil kan zijn dat de jobcoaching wordt afgebouwd omdat het zo goed gaat. De gedachte is dat de werknemer zich kennelijk heeft ontwikkeld en daardoor minder begeleiding nodig heeft. Maar zo werkt het niet. Iemand kan juist functioneren doordát hij begeleiding krijgt. Als de jobcoachuren na drie jaar volledig worden afgebouwd, zoals momenteel het algemene beleid is van UWV, dan kan je erop wachten dat iemand vroeg of laat opnieuw uitvalt. Zelf heb ik al die jaren dat ik gewerkt heb, mijn jobcoach gehouden, maar zij moest ieder half jaar opnieuw praten als Brugman om dit voor elkaar te krijgen.

Een continue afstemming tussen de jobcoach, de life-coach en behandelaars is van groot belang. Mochten er bijvoorbeeld calamiteiten optreden, zoals overbelasting, dan zijn de lijntjes kort en staan alle neuzen dezelfde kant op.

Noodzaak om collega’s erbij te betrekken

Het kan goed werken om de collega’s bij de problematiek van de persoon met autisme te betrekken. Vaak zijn zij van goede wil en wordt er meegedacht over praktische oplossingen voor problemen die zich voordoen. Een van onze cliënten werkte op een administratiekantoor. Zij moest geregeld de telefoon opnemen tijdens haar werkzaamheden, kreeg steeds documenten door collega’s aangeleverd waarvan ze de gegevens verder moest verwerken en kreeg af en toe een collega aan haar bureau om een praatje te maken. Dit was allemaal veel te veel voor haar. Nadat ze voorlichting hadden gekregen, was er aanmerkelijk meer begrip voor haar bij de collega’s. Zij hebben toen een systeem bedacht waarbij zij geen telefoondiensten meer hoefde te draaien. Daarnaast werd de planning aangepast en namen de collega’s de klanten van haar over waarbij veel achter gegevens aangebeld moest worden. Documenten werden voortaan in een bakje gelegd, waar de persoon met autisme ze op haar eigen moment uit kon halen. En gesprekken met haar vonden voortaan niet meer plaats terwijl ze aan het werk was. Al deze maatregelen scheelden aanmerkelijk in de belasting die ze ervoer, waardoor ze meer energie voor haar werk overhield.

Noodzaak van aanpassingen op de werkvloer

De aanpassingen op de werkplek worden gebaseerd op de eerdere inventarisatie die heeft plaatsgevonden en op de problemen die zich in het dagelijkse werk voordoen. Een lijst met mogelijke aanpassingen is in de bijlage opgenomen. Ook taken kunnen worden aangepast. Soms helpt het als bepaalde taken door anderen worden overgenomen, die voor de persoon met autisme veel tijd en energie kosten maar door anderen heel eenvoudig kunnen worden gedaan. Zo had ik er bijvoorbeeld altijd moeite mee om rapportages in dossiers op te bergen. Als oplossing kon ik ze in een bakje leggen, waarna iemand anders ze inwerkte. Daardoor kon ik mijn energie aan zaken besteden die meer van belang waren. Verder kan jobcarving een goede oplossing vormen, waardoor iemand minder taken hoeft te doen die lastig voor hem zijn.

Tot slot

Tot slot wil ik een stukje uit het blog van Yvonne van Berendonk citeren:

“Autisme zie je niet aan de buitenkant. Ons strijdveld speelt zich af aan de binnenkant, 24 uur per dag. Elk moment zijn we bezig met informatieverwerking: indelen, de juiste context afwegen, (over)analyseren, twijfelen, corrigeren, controleren en, uiteindelijk, reageren. Daarnaast vechten we tegen de emoties die vrijkomen tijdens dit proces. Waar horen ze thuis? Kloppen ze? Waarom voel ik dit? Waarom reageer ik zo? Wat wil je dat ik zeg? Hoe moet ik iets verwoorden? Hoe maak ik mezelf duidelijk? Het veroorzaakt een lading van onzekerheid. Als we reageren, worden we dikwijls niet begrepen, al doen we nog zo ons best. We zijn te eerlijk, te letterlijk of te terughoudend. We hebben de dubbele boodschap niet opgevangen, waardoor onze reactie misplaatst overkomt. Misschien spreken we voor onze beurt uit enthousiasme, of we reageren op een onderwerp dat allang de gespreksarena heeft verlaten. Mogelijk komen we bemoeizuchtig of zelfs agressief over, terwijl we enkel goede bedoelingen hebben en je willen helpen iets op een makkelijke, efficiënte manier te doen. Bovengenoemde reacties zie je aan de buitenkant waardoor er vaak een onjuist negatief beeld wordt gevormd. Je bent lastig, moeilijk, star, doordrammerig. Of je bent te inschikkelijk, waardoor je niet serieus genomen of gehoord wordt. Waarom toch, zal je je meerdermalen afgevraagd hebben. Ik probeer juist alles goed te doen. Dat ik niet denk zoals jij wil niet zeggen dat ik automatisch fout zit. Ik uit me slechts anders. Daardoor ben ik niet minder. Ik ben net zo waardevol als ieder ander.”

 

 

Contactgegevens: karinberman@hotmail.com  
Bronnen

Baggs, A.M. (2004). “Help! I seem to be getting more autistic!” Geraadpleegd op 5 november 2018, via
http://americanaspergers.forumotion.net/t542-help-i-seem-to-be-getting-more-autistic-article

Berman, K. (2011). Invloedrijke factoren in relatie tot arbeidsparticipatie en ASS. Workshop in het kader van
het onderzoek “Voorspellende factoren duurzame arbeidsparticipatie en ASS”, gehouden op 22 september 2011. Ongepubliceerd.

Berman, K. & Dekker, M. (2010). ASS op leeftijd: ouder worden met autisme. Workshop op het noordelijke
NVA-congres in Drachten, gehouden op 5 juni 2010. Geraadpleegd op 5 november 2018, via https://www.r95.nl/r95-publicaties/r95-publicaties-ass-op-leeftijd.htmln

Berendonk, Y. van. (2017, 30 november). Wat is autisme? Blog. Geraadpleegd op 5 november 2018, via
https://autiboxautismeblogs.blogspot.com/2017/11/wat-is-autisme.html

Nederlands Autisme Register. Factsheets 2016: Diagnose. Geraadpleegd op 5 november 2018, via
https://www.nederlandsautismeregister.nl/publicaties/publicaties.html

Radboudumc (z.d.). Formulier Onderzoek naar (verborgen) autisme op de werkvloer in Nederland.
Geraadpleegd op 5 november 2018, via
https://www.radboudumc.nl/formulieren/onderzoek-naar-autisme-op-de-werkvloer-in-nederland?referer=L2FmZGVsaW5nZW4vcHN5Y2hpYXRyaWUvYmV0ZXItd2Vya2VuLW1ldC1hdXRpc21lL2JldGVyd2Vya2VubWV0YXV0aXNtZQ%3D%3D

 

 

 

 

 


Checklist autisme op de werkvloer

Binnen een bedrijf:
• Terugkerende miscommunicatie op de werkvloer
• Regelmatig conflicten tussen dezelfde collega’s
• Verstoorde sfeer binnen een groep
• Medewerkers die zich afzonderen of zich terugtrekken uit het team
• Medewerkers die zich structureel niet gedragen volgens normale sociale regels
• Medewerkers die door de rest worden gepest, uitgelachen of genegeerd
• Medewerkers die, hoewel loyaal, zich vaak niet aan de afspraak (kunnen) houden
• Ziekteverzuim en (permanente) uitval van specifieke medewerkers

Bij een werknemer:
• Zeer veel moeite om nieuwe taken te leren
• Moeite met verwerken van binnenkomende informatie
• Instructies niet /of onvoldoende begrijpen of verkeerd interpreteren
• Instructies niet, onvoldoende of juist veel te uitgebreid uitvoeren
• Moeite met het plannen van het werk
• Gebrekkige of juist overdreven betrokkenheid bij het werk
• Niet of gebrekkig houden aan afspraken
• Moeite met inschatten van tijd
• Geen of zeer weinig flexibiliteit in de uitoefening van het werk
• Veel moeite met het krijgen van kritiek of feedback
• Grote problemen met veranderingen in het werk of omgeving (omschakelen)
• Geen of zeer gebrekkige sociale interactie met collega’s
• Moeite hebben om emoties te beheersen
• Moeite hebben met ‘over koetjes en kalfjes’ praten
• Moeite hebben om sociale situaties ‘te lezen’
• Overmatig last hebben van geluid, licht of andere prikkels
• Onvoldoende overzicht hebben of verzanden in details
• Niet aanvoelen wat vanzelfsprekend lijkt

Bron: Radboudumc

Inventarisatielijst persoonlijk functioneren

Opmerking bij de inventarisatielijst:
De problematiek van mensen met autisme is meestal verborgen. Soms hebben ze wel een diagnose maar hebben ze er geen idee van hoe hun eigen problematiek eruit ziet. Ze hebben meestal een diffuus gevoel dat alles hun door de handen glipt en dat ze zich vaak rot voelen, maar kunnen niet verwoorden waar ze precies tegenaan lopen en welke problemen ze ervaren. Hierdoor kan iemand met autisme dit soort vragen meestal niet goed kan beantwoorden, of zal hij aangeven dat hij daar geen last van heeft. Je kunt er pas achter komen door gerichte inhoudelijke vragen te stellen. Misschien moet hier een specifieke vragenlijst voor ontwikkeld worden.

Zintuigen
Welke zintuigen zijn overgevoelig? Hoe uit zich dat?
Welke zintuigen zijn ondergevoelig? Hoe uit zich dat?
Is er sprake van een vertekening van de zintuigen? Zo ja, van welke zintuigen en hoe uit zich dat?

Prikkelgevoeligheid
Waar is iemand prikkelgevoelig voor en op welke momenten speelt dat op?
Hoe snel heeft iemand last van prikkels?

Overprikkeling
Waardoor raakt iemand overprikkeld?
Wanneer raakt iemand overprikkeld?
Hoe vaak raakt iemand overprikkeld?
Welke klachten heeft iemand bij overprikkeling?
Hoeveel hersteltijd is er nodig?

Onderprikkeling
Is er sprake van onderprikkeling?
Wanneer is er sprake van onderprikkeling?
Hoe uit zich dat?

Energiehuishouding
Heeft iemand last van vermoeidheidsklachten?
In welke mate heeft iemand daar last van?
Wanneer spelen de vermoeidheidsklachten op?
Helpt het om ’s middags te slapen?

Taalverwerking
Is er sprake van dyslexie?
Is er sprake van dyscalculie?
Duurt het langer voordat informatie tot de persoon doordringt?
Duurt het langer voordat iemand een antwoord kan geven waar hij zelf tevreden mee is?
Heeft iemand last van woordvindingsproblemen?
Lukt het om te verwoorden wat er in zijn hoofd omgaat?
Kost het energie om te luisteren naar wat mensen vertellen?
Komt het wel eens voor dat iemand verkeerd hoort wat er wordt gezegd? (bv. gefragmenteerde waarneming)
Neemt iemand informatie af en toe letterlijk?
Heeft iemand er geregeld moeite mee om informatie in de juiste context te plaatsen?

Aandachtsverdeling tijdens een gesprek
Kan iemand tegelijkertijd praten en luisteren? (bv. alleen luisteren en automatisch reageren)
Kan iemand tegelijkertijd kijken en een gesprek voeren? (bv. de gesprekspartner niet in de ogen kijken)
Kan iemand tegelijkertijd luisteren en denken? (bv. een mening vormen, een reactie bedenken)
Kan iemand tegelijkertijd luisteren en schrijven? (bv. tijdens een cursus aantekeningen maken)

Non-verbale communcicatie
In hoeverre kan iemand non-verbale communicatie waarnemen? (de normale verhouding is 70% non-verbale communicatie, 30% verbale communicatie. Bij autisme ligt het percentage non-verbale communicatie soms veel lager)
In hoeverre kan iemand non-verbale communicatie interpreteren?
In hoeverre weet iemand hoe hij op non-verbale communicatie moet reageren?

Aandachtsproblemen
Heeft iemand er problemen mee om zich te concentreren wanneer het om iets gaat dat niet de persoonlijke interesse heeft?
Wanneer iemand luistert, dwalen de gedachten dan gauw af?

Emoties
• Ervaart iemand emoties?
• Gebeurt het wel eens dat iemand andere emoties ervaart (of geen emoties ervaart) dan die bij de situatie passen? (bv. geen verdriet voelen als iemand overleden is)
• Gebeurt het wel eens dat iemand zijn emoties pas veel later voelt?
• Kan iemand emoties bij zichzelf herkennen?
• Kan iemand op dat moment begrijpen waar de emoties mee te maken hebben?
• Kan iemand over-emotioneel reageren? (bv. door een negatief zelfbeeld of door overprikkeling)

Schakelen
• Heeft iemand er moeite mee om te schakelen? (bv. de werkzaamheden steeds moeten onderbreken om de telefoon op te nemen, daarna concentratieverlies of overprikkeling)
• Heeft iemand schakeltijd nodig? (bv. tussen twee gebeurtenissen)

Geheugen
• Heeft iemand een goed of juist een (heel) slecht geheugen?
• Wat voor soort informatie wordt goed of slecht onthouden?
• Moet iemand hulpmiddelen gebruiken om informatie te onthouden? (bv. briefjes op tafel leggen, informatie op moeten schrijven)

Motoriek
• Hoe is de grove motoriek? (bv. regelmatig ergens tegenop lopen)
• Hoe is de fijne motoriek?

Werktempo
• Hoe hoog ligt het werktempo? Zitten daar ook wisselingen in?

Sociaal functioneren
• Trekt iemand zich vaak terug uit de groep? Hoe komt dat?
• Heeft iemand er moeite mee om te bedenken waar hij over moet praten?
• Heeft iemand er problemen mee om te bedenken hoe hij moet reageren?
• Heeft iemand er moeite mee om te bedenken hoe hij zich moet gedragen?
• Heeft iemand het nodig om veel alleen te zijn?
• Is iemand in staat om samen te werken?

Verlamd gevoel
• Heeft iemand wel eens last van een gevoel van innerlijke verlamming?
• Wanneer speelt dat op? (situaties, tijd)
• Hoe veel en hoe vaak heeft iemand daar last van?

Tijdsbesef
• Heeft iemand moeite met op tijd komen? Zo ja, hoe komt dat?
• Kan iemand tijd goed inschatten?

Dwanggedrag
• Heeft iemand last van dwanggedrag?
• Heeft iemand last van dwanggedachten?
• Heeft iemand last van tics?

Plannen
• Heeft iemand er moeite mee om te plannen?
• Heeft iemand over het algemeen de taken op tijd af?
• Heeft iemand er moeite mee om zich aan een planning te houden? Hoe komt dat?
• Werkt iemand wel eens over? Hoe vaak en hoe lang ? Waarom?

Overzicht houden
• Heeft iemand er moeite mee om overzicht te houden?
• In wat voor soort situaties verliest iemand het overzicht?
• Wat gebeurt er als iemand het overzicht verliest?

Vaardigheden
• Heeft iemand er moeite mee om nieuwe vaardigheden aan te leren?
• Heeft iemand er moeite mee om aangeleerde vaardigheden in een andere context toe te passen?”
• Heeft iemand er moeite mee om vaardigheden te automatiseren?
• Heet iemand het gevoel dat zijn vaardigheden achteruit gaan of dat hij vaardigheden kwijt raakt?

Veranderingen
• Heeft iemand moeite met veranderingen?
• Om wat voor veranderingen gaat dat?
• Hoe uit zich dat?
• Zijn er in de tijd voor de uitval op de werkvloer veranderingen geweest? (zowel in werk als privéleven)

Camouflagegedrag
• Bedenkt iemand wel eens een script voor bepaalde situaties?
• Probeert iemand wel eens voor anderen te verdoezelen dat hem bepaalde dingen niet lukken? Over wat voor soort zaken gaat dat? Op welke manier doet iemand dat?

Overige vragen
• Heeft iemand vaak het gevoel dat anderen boos op hem zijn? (kan een indicatie zijn voor allerlei problemen, zoals opdrachten die niet goed begrepen zijn, andere communicatieproblematiek of problemen met sociaal functioneren)
• In hoeverre kan iemand op zichzelf reflecteren? (sommigen kunnen dat nauwelijks, anderen reflecteren voortdurend, wat veel energie kost)
• Heeft iemand bepaalde problemen die hij op zijn werk of in zijn privéleven ervaart?
• Is er momenteel ook sprake van een life-event?

Inventarisatielijst randvoorwaarden in het privéleven

Huishouden
• In hoeverre is iemand in staat om het huishouden te doen?
• Hoeveel moeite en energie kost dat? (bv. vanwege een gevoel van verlamming)
• Raakt iemand er overprikkeld van? (bv. door een gebrek aan overzicht of door overgevoeligheid van het evenwichtszintuig of de propriocepsis)

Zelfverzorging
• In hoeverre is iemand in staat om zichzelf goed te verzorgen?
• Kost het moeite om te douchen, tanden te poetsen, aan te kleden? (bv. vanwege een verlamd gevoel of overprikkeling door douchen of tanden poetsen)
• Eet en drinkt de persoon wel goed? (bv. niet waarnemen van honger- en dorstprikkels of niet koken wegens een gebrek aan overzicht)
• Hoe is het dag- en nachtritme? (dit raakt gemakkelijk verstoord)
• Hoe goed slaapt iemand? (dit is regelmatig een probleem, bv. doordat iemand niet kan stoppen met denken)

Administratie en financiën
• Kan iemand de eigen financiën goed beheren?
• Worden rekeningen opengemaakt en op tijd betaald?
• Heeft iemand schulden?
• Lukt het om zelfstandig administratieve en andere zaken te regelen?
• Lukt het om zelfstandig gesprekken met instanties aan te gaan?

Sociale contacten
• Heeft iemand vrienden? Hoe zien de contacten met vrienden eruit, wat doen ze samen?
• Lukt het om contacten aan te gaan?
• Lukt het om contacten te onderhouden?
• Hoeveel energie kost het om met andere mensen om te gaan?

Partner, kinderen en familie
• Heeft iemand een partner? Zo ja, hoe is de relatie? (er zijn vaak problemen doordat de partner de persoon met autisme niet begrijpt en afwijst)
• Zijn er kinderen? Lukt het de persoon met autisme om voor ze te zorgen als ze nog thuis wonen? Hoe is de relatie met de kinderen?
• Hoe zijn de contacten met de familie? Ervaart iemand voldoende steun van de familie?

Overige zaken
• Zie ook de aandachtspunten persoonlijk functioneren. Deze zijn niet alleen op de werkvloer van belang, maar ook in de thuissituatie.

 

 

 

 

Adviezen met betrekking tot randvoorwaarden op de werkvloer

Werkplek

• Zoveel mogelijk leeg houden, zo min mogelijk visuele informatie. Let ook bv. op een volhangend prikbord.
• Rustige kleuren gebruiken
• Met de rug naar collega’s toe zitten, of naar een andere plek met veel visuele prikkels. Met het gezicht naar de muur zitten.
• Zorg voor een goed beeldscherm. Vraag aan de persoon met autisme of hij geen trillingen op het beeldscherm waarneemt en of het beeld scherp genoeg voor hem is.
• Let op de aanwezigheid van tl-lampen. Soms worden die door mensen met autisme als trillend beeld waargenomen, wat snel tot vermoeidheid en overprikkeling kan leiden. Vraag aan de persoon met autisme of hij er last van heeft.
• Sommige mensen met autisme zitten het liefst alleen in een werkruimte, anderen hebben juist behoefte aan gezelschap.
• Een vaste werkplek is heel belangrijk. Wanneer er alleen flexibele werkplekken beschikbaar zijn, zou er een uitzondering voor de persoon met autisme gemaakt kunnen worden.
• Een goed en overzichtelijk opbergsysteem inrichten. Bied de werknemer aan om hiermee te helpen.
• Papieren goed geordend opbergen

Hulpmiddelen

• Zo nodig schotten plaatsen om de werkplek visueel af te schermen. Eventueel een Study Buddy Portable XL gebruiken.
• Muziek luisteren, een gehoorbeschermer en/of oordoppen helpen om af te schermen van omgevingsgeluid. Bij langdurig gebruik alleen een gehoorbeschermer met geluid (zoals muziek of natuurgeluiden) gebruiken, anders wordt het gehoor steeds gevoeliger. Bijvoorbeeld een Howard Leight Sync hoofdtelefoon/gehoorbeschermer of een noisecancelling hoofdtelefoon.
• Een time-timer helpt om controle over de tijd te houden.
• Een gekleurde leeslineaal. Dikwijls zien met autisme dansende letters, wazige tekst, of dubbele letters tijdens het lezen, met overprikkeling als gevolg. Door te lezen in kleur (het contrast verminderen) kunnen deze klachten aanzienlijk verminderen. Het is individueel bepaald welke kleur hierbij het beste werkt.
• Zo nodig met een vel papier tekst afdekken tijdens het lezen. Hierdoor zijn er minder visuele prikkels. Sommige mensen met autisme nemen iedere letter apart waar.

Taken en instructies

• Een lijst waarop alle taken duidelijk beschreven staan, kan helpen om overzicht te houden.
• Laat een agenda en een dagplanner bijhouden.
• Laat de persoon met autisme memo’s voor zichzelf maken, zodat hij weet wat hij moet doen.
• De taak kan te omvangrijk zijn om in één keer te kunnen verhapstukken. Laat de persoon met autisme zelf onder begeleiding van een collega of de jobcoach taken in kleine stappen opdelen en de checklist afwerken. Als iemand anders de indeling maakt, werkt het vaak niet.
• Laat iemand niet met een nieuwe taak beginnen als de oude nog niet is afgerond, tenzij de huidige taak zoveel moeilijkheden oplevert dat de werknemer vastloopt. Het kan dan helpen om eerst iets anders te gaan doen dat minder moeilijk is, een andere taak of een ander onderdeel van dezelfde taak.
• Laat iemand taken niet uitstellen, tenzij (zie het vorige punt).
• Geef overzichtelijke opdrachten of deeltaken met een tijdslimiet. Een tijdslimiet kan voor sommigen heel effectief zijn, maar voor anderen kan dat juist te veel druk opleveren. Wees flexibel als dat nodig is.
• Geef zo duidelijk mogelijk aan wat er wordt verwacht, in heldere taal die maar voor één uitleg vatbaar is. Herhaal zo nodig en geef extra aanwijzingen.
• Laat de werknemer opdrachten of instructies in eigen woorden herhalen zodat je kunt checken of de boodschap goed is overgekomen.
• Schrijf de opdrachten (ook) op of geef ze per e-mail door. Of laat de werknemer zelf de instructies opschrijven.
• Laat de werknemer doorvragen als hij opdrachten of instructies niet goed begrijpt.
• Laat de persoon met autisme zijn taken uitvoeren op de manier waarop dat voor hem het beste werkt. Dit kan voor iedereen weer anders zijn.
• Taken kunnen worden aangepast.

Communicatie

• Zeg duidelijk wat je bedoelt en doe wat je zegt. Ga ervan uit dat de werknemer met autisme ook zegt wat hij bedoelt en bedoelt wat hij zegt. Lees niet tussen de regels door; er staat daar niets geschreven.

Overige adviezen

• Leer de werknemer hoe en aan wie hij hulp of meer informatie kan vragen, en waar hij zich kan melden als hij zijn taak heeft afgerond. Houd er rekening mee dat iemand met autisme ook tussendoor veel vragen kan stellen, waarbij soms dezelfde vraag meerdere malen wordt gesteld of naar de bekende weg wordt gevraagd. Dit heeft ermee te maken dat iemand het niet helemaal goed begrijpt, geen fouten wil maken of problemen met zijn geheugen heeft. Veel begrip en geduld zijn hierbij noodzakelijk.
• Zorg ervoor dat de werknemer tussendoor regelmatig een kleine pauze neemt zodat hij kan ontprikkelen. Het kan zijn dat er meer pauzes nodig zijn dan voor de gemiddelde werknemer. Geef de werknemer met autisme hier expliciet toestemming voor, anders durft hij deze ruimte misschien niet te nemen. Geef aan dat hij ook naar buiten mag gaan om een eindje te lopen.
• Zorg voor een prikkelarme ruimte waar de werknemer zich zo nodig even terug kan trekken.
• Geef veel complimenten. Mensen met autisme hebben vaak een heel negatief zelfbeeld.
• Denk ook aan jobcarving als optie.
• Blijf voortdurend in de gaten houden hoe het gaat en of het profiel misschien weer aangepast moet worden.
• Als alles aangepast is, wil dat niet altijd zeggen dat iemand kan werken.

 

 

 

 

Aandachtspunten voor het gesprek in de spreekkamer

Zichtbaarheid van problematiek
• Autisme is lang niet altijd aan de buitenkant zichtbaar, ook niet voor mensen die er dagelijks mee te maken hebben. Doordat mensen met autisme gewend zijn om hun problemen te camoufleren, komen ze meestal heel normaal over en merk je niks van hun informatieverwerkingsproblemen.
• Het komt veelvuldig voor dat autisme door diagnostici over het hoofd wordt gezien, vooral bij vrouwen. Wanneer iemand met Borderline, een depressieve stoornis, ADD of een burn-out is gediagnosticeerd, is er een reële kans dat autisme eigenlijk het onderliggende probleem is. Als je met die mogelijkheid geen rekening houdt, is de kans groot dat de re-integratie vast gaat lopen. Eigenlijk zou je je bij een burn-out standaard moeten afvragen of er misschien sprake kan zijn van autisme, ook wanneer dat op het eerste gezicht niet het geval lijkt te zijn.

Prikkelverwerkingsproblemen
• De grote mate van stress bij een keuring is voor mensen zonder autisme ook een probleem, maar bij autisme kan stress ervoor zorgen dat de prikkelverwerking nog problematischer verloopt dan anders. Door overprikkeling kan iemand mogelijk niet meer nadenken of reageren, ook al is dat aan de buitenkant misschien niet zichtbaar. Ook kunnen zich allerlei heftige reacties voordoen die iemand wellicht probeert te onderdrukken.

Communicatie
• Communicatieproblemen spelen ook in de spreekkamer een grote rol. Het kan zijn dat de vragen niet goed binnenkomen, dat iemand niet goed begrijpt wat je zegt of dat iemand zich pas veel later realiseert wat je eigenlijk gevraagd hebt. Mogelijk kan iemand niet een gesprek voeren en denken tegelijk, of denkt hij traag. Dan kan hij geen goed antwoord bedenken en zegt hij zo maar wat.
• Open vragen zijn voor mensen met autisme vaak heel lastig. Ze kunnen dan niet goed inschatten wat je nou eigenlijk wilt weten of er zijn te veel antwoorden mogelijk. Hier raken ze van in de war.
• Mensen met autisme zijn over het algemeen oprecht en eerlijk. Zij overdrijven hun problematiek bijna nooit, in tegenstelling tot veel andere mensen.

Van te voren
• Wanneer mensen met autisme niet weten wat er precies gaat gebeuren, brengt dat veel stress met zich mee. Beschrijf daarom in de uitnodiging voor het gesprek wat iemand kan verwachten. Met wie heeft hij een gesprek? Hoe lang duurt het? Wat wordt er besproken? (vrij gedetailleerd, anders kan iemand zich er niks bij voorstellen)
• Misschien is het mogelijk om vooraf alvast een vragenlijst op te sturen, zodat de persoon met autisme rustig de tijd heeft om de informatie tot zich door te laten dringen en antwoorden te formuleren. Hiermee kan je het probleem van trage informatieverwerking opvangen en is de kans veel groter op antwoorden die met de waarheid overeen komen.

Achteraf
• Geef mensen met autisme de kans om achteraf per e-mail op hun antwoorden terug te komen en om belangrijke informatie toe te voegen waar ze pas later aan hebben gedacht.